Sehos: een monument van zorg en compassie, maar ook van verwaarlozing | deel 2

WILLEMSTAD - Na ruim anderhalve eeuw waarin het Sint Elisabeth Hospitaal het kloppend hart vormde van de medische zorg op Curaçao, is het iconische gebouw vandaag tot een stille getuige van een vergeten verleden verworden. In dit tweede deel van zijn driedelige reeks duikt Anthony Haile in de oorsprong van het Sehos, en in de rol van de Rooms-Katholieke Kerk en de Zusters Franciscanessen van Breda. Met scherpe pen en historisch besef laat hij zien hoe barmhartigheid, plichtsbesef en toewijding de fundamenten vormden van een zorginstelling die generaties lang van levensbelang was – en stelt hij opnieuw de indringende vraag: hoe gaan wij als gemeenschap om met dit erfgoed?
“Een lijkkist en een graafkuil”
door | Anthony Haile
In deel 1 hebben we de huidige situatie van het Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos) onder de loep genomen, na 165 jaar medische zorg te hebben geboden aan Curaçao. De erbarmelijke staat waarin het gebouw zich momenteel bevindt, is ronduit schrijnend. Het roept de vraag op: hoe dankbaar zijn wij als gemeenschap voor de immense bijdrage van dit instituut aan ons eiland? Voor onze reeks maken we gebruik van bronnen zoals het boek Alles voor Allen van Bernadette Heiligers Halabi, het jubileumboek uitgegeven bij 100 jaar Sehos, en informatie afkomstig van de officiële website van het Sehos.
In dit tweede deel gaan we dieper in op het ontstaan van het Sehos en op de onschatbare rol die de Rooms-Katholieke Kerk, en in het bijzonder de Zusters Franciscanessen van Breda, hierin hebben gespeeld.
De bouw van een nieuw ziekenhuis
Het provisorische ziekenhuisgebouw aan de IJzerstraat bleek al snel ontoereikend om de groeiende ziekenzorg te dragen. Vandaar de zoektocht naar een nieuwe locatie. Als ondertitel voor dit deel heb ik bewust gekozen voor de zin: “Een lijkkist en een graafkuil.” Wat bedoel ik hiermee?
In de negentiende eeuw richtten vermogende burgers de rooms-katholieke begrafenissociëteit Christelijke Weldadigheid op. Doel: een waardige begrafenis voor de allerarmsten. Toen de heer F.E.C. Kieckens in 1853 voorzitter werd van deze sociëteit, wist hij het bestuur te overtuigen dat christelijke naastenliefde zich niet mocht beperken tot een lijkkist en een grafkuil.
Met andere woorden: niet alleen de doden verdienen waardigheid, maar vooral ook de levenden, en in het bijzonder de zieken, welke merendeel slaven waren die geen toegang hadden tot medische zorg. Zijn oproep leidde ertoe dat, met steun van Mgr. Niewindt, toestemming werd verkregen van de overheid om geld in te zamelen voor de oprichting van een gasthuis voor arme zieken.
Zoals eerder vermeld, begon de ziekenzorg in een klein gebouw aan de IJzerstraat. Maar al snel werd dit gebouw te klein. Op 30 juli 1857 legde Gouverneur Van Lansberge de eerste steen voor de bouw van een nieuw ziekenhuis, dat zou uitgroeien tot het huidige Sehos. De zorg kwam in handen van de toegewijde Zusters Franciscanessen van Breda.
Op 19 november 1897 werd het gasthuis onder bescherming geplaatst van de Heilige Elisabeth en kreeg het de naam St. Elisabeth Gasthuis. Op 6 augustus 1973 werd de naam aangepast naar Sint Elisabeth Hospitaal, zoals wij het vandaag nog kennen. (Bron: Bernadette Heiligers Halabi, Alles voor Allen)
Toewijding van de Rooms-Katholieke Kerk
De toewijding van de Rooms-Katholieke Kerk aan het welzijn van de armen kan niet genoeg worden benadrukt. De eerste zusters die naar Curaçao kwamen, deden hun werk met een diepreligieus besef van plicht. Zij werkten onder zware omstandigheden, vaak ten koste van hun eigen gezondheid, en zonder oog voor eigen welzijn.
De armen kregen altijd voorrang in het gasthuis. Welgestelde burgers konden enkel tegen betaling worden opgenomen, en alleen als dit de zorg voor de armen niet in het gedrang bracht. Dit beleid onderstreept de fundamentele waarde die de zusters en de kerk hechtten aan dienstbaarheid aan de minderbedeelden.
Andere taken van de Zusters van Breda
De Zusters van Breda beperkten zich niet tot het ziekenhuis. Ze werden ook ingezet bij de verzorging van pokkenpatiënten en zwakzinnigen. Dit kwam de overheid goed uit, want die bekommerde zich in die tijd nauwelijks om de gezondheidszorg voor de armen.
Toch waren de zusters aanvankelijk niet medisch opgeleid. In de jaren dertig uitte gouverneur Van Slobbe zorgen over het gebrek aan professionele zorg, en hij dreigde het contract met de zusters te verbreken als er geen gediplomeerde krachten, bij voorkeur met psychiatrische ervaring, zouden worden ingezet. Zo ver kwam het echter niet, want het was duidelijk dat zonder de zusters het hele zorgsysteem zou instorten. De overheid had namelijk geen alternatief.
In 1905 groeide het aantal bedden van 50 naar 131, wat aangeeft hoe groot de vraag naar ziekenhuiszorg was geworden. De werkdruk op de zusters nam navenant toe. Volgens Heiligers Halabi werkten er in 1925 slechts drie zusters op een mannenafdeling met 70 à 80 patiënten verdeeld over zeven zalen. Zij kregen slechts hulp van één mannelijke schoonmaker, terwijl al het overige werk, koken, schoonmaken, wassen, verzorgen, op hun schouders rustte.
Daarbij moest het water met emmers uit grote putten op het terrein worden gehaald, omdat stromend water ontbrak. De zusters kookten, poetsten en verzorgden patiënten met datzelfde water.
De komst van leken en het afscheid
De werkdruk werd uiteindelijk te groot. De zusters moesten leken toelaten in het ziekenhuis om te helpen, wat aanvankelijk op weerstand stuitte. Maar met het afnemende aantal zusters en het uitblijven van nieuwe roepingen in Breda, mede doordat ook Afrika een beroep deed op de congregatie, werd het onvermijdelijk.
Na 132 jaar van dienstbaarheid, namen de zusters uiteindelijk afscheid van Curaçao. Dat was geen gemakkelijke beslissing, maar het was wel de enige waardige manier om hun werk hier, af te sluiten.
De zolder van het ziekenhuis deed dienst als slaapruimte voor de zusters. Ondanks de barre omstandigheden, warmte, beperkte voorzieningen, accepteerden zij dit als deel van hun roeping
Groei en verval
Met de groei van het Sint Elisabeth Hospitaal kwamen ook de zorgen. Het gebouw was verouderd en voldeed niet langer aan de eisen van moderne gezondheidszorg. Jarenlang werd er gesproken over een nieuw ziekenhuis. Uiteindelijk werd in november 2019 het Curaçao Medical Center (CMC) geopend. Alle patiënten werden via een speciaal aangelegde corridor overgebracht. Het eiland was euforisch: eindelijk een modern ziekenhuis, een parel in het Caribisch gebied.
Helaas is van die droom weinig terechtgekomen. De discussies over kosten en mismanagement overschaduwen het oorspronkelijke doel.
Met de komst van het CMC moest het Sehos een nieuwe bestemming krijgen. Het gebouw heeft 165 jaar trouwe dienst geleverd aan Curaçao en verdient een waardige plaats in onze gemeenschap. Helaas zijn de betrokken partijen er niet in geslaagd tot overeenstemming te komen, met als gevolg verloedering en verval.
Slotbeschouwing
En hier komt opnieuw de vraag op: hoe dankbaar zijn wij als gemeenschap? Willen wij dit gebouw verliezen aan stilzwijgen, of zelfs aan verborgen agenda’s? Ik geloof dat we onze stem moeten laten horen. We mogen niet onverschillig toekijken. Het Sehos maakt deel uit van ons collectief geheugen, van onze geschiedenis en onze identiteit. Het verdient ons respect, onze aandacht en onze bescherming. Dit Sehos gebouw vertegenwoordigt tevens, de dankbaarheid die wij moeten tonen voor al de personen/instanties die ons volk voor 165 jaar in dit gebouw met liefde en toewijding, hebben verpleegd.
In deel 3, het slot van deze reeks, zal ik ingaan op de plannen die momenteel bestaan en verslag doen van mijn bezoek aan het gebouw zoals het nu eruit ziet. Hiervoor ik toestemming gekregen van de bevoegde instanties.


































